De druif mag de eerste twee jaar nauwelijks vruchten geven; het is de bedoeling dat de stok sterk wordt en dat hij goede druiven produceert vanaf het derde jaar.

Er zijn op onze wijngaard verschillende rassen aangeplant, zowel witte als blauwe soorten. Elk druivenras heeft zijn specifieke kenmerken: vroeg of laat tijdstip van oogsten, grote of kleine trossen, zoete of kruidig smakende druiven, reeds rose gekleurd sap of wit sap.

Doordat er op verschillende tijden geoogst wordt, is dit ook een risicospreiding, wat van economisch belang is.

Onze druiven staan op een onderstam speciaal geschikt voor de Zeeuwse klei. We hebben gekozen voor resistente rassen, waardoor we niet of nauwelijks hoeven te spuiten en indien nodig alleen met milieuvriendelijke middelen.

Ons streven is zo natuurzuiver en milieuvriendelijk te werken, waardoor we een gezond en zuiver product op de markt zullen brengen.

In de maand januari passen we de wintersnoei toe. In het voorjaar lopen we alle druiven na i.v.m. bestand zijn tegen storm etc. In de maand mei lopen de knoppen uit en groeien de blaadjes.

In de maand juni komen de vruchtjes tot bloei. Het weer is dan uitermate belangrijk.

In de maand juli groeien de ranken en druiven verder. In de maand augustus passen we de zomersnoei toe en leiden we de ranken. In de maand september is het spannend; wanneer moeten we oogsten en hoe hoog is het suikergehalte van de druif? In de maand oktober is de oogst.

Na het oogsten worden de druiven geperst en de blauwe druiven blijven enige tijd op de schil gisten. Hierna volgt de wijnbereiding. Hygiëne is hierbij uitermate belangrijk en vooral tijdens het overhevelen.Na diverse maanden ontstaat dan ons eindproduct: een goede, natuurzuivere Zeeuwse witte, rode, en rosé wijn.

De wijnen die wij bottelen zijn voor een deel cépage wijnen (van 1 druivensoort) en daarnaast maken we ook huiswijnen (samengestelde wijnen) van diverse soorten.

Schrijf een reactie